Dagboek gedicht
“Ik probeer te dansen, maar ik ben blind. Ik lijk te vergaan en ik weet niet waar ik naartoe dans. Ik verstop me, maar ik weet niet waarvoor. Door de bomen van het bos zie ik magie. Ik kus en ik ben magie. Ik ben volmaakt, naakt en kwetsbaar. Ik ben een fixer, een probleemoplosser. Ik voel alles, iedereen, iedere sfeer, maar zonder betekenis. Ik ben een slaaf van emoties, een spons, een kameleon. Ik vlucht weg, het is te veel, ik druk het weg. Ik voel niets meer. Ik vlucht in creativiteit. Ik teken, ik schrijf. Op papier zie ik wie ik ben, zonder de vertroebeling van andere mensen. Ik geef me over aan het materiaal; het potlood, de pen, de kwast. Dan ben ik dichter bij mezelf, meer mij, mijn hoofd krijgt ruimte. Maar soms wil ik mij niet onder ogen komen. Dan ben ik de weg kwijt. Er is een plan, een doel, een streven. Er is goedheid in de mens; dat geloof ik, dat weet ik. Dan zie ik de wereld en dat resoneert niet met mijn perceptie. Dan denk ik: waar is mijn ideaal? De mens was toch goed? Waarom zie ik dan overal ellende, overal ego, overal disbalans? Een rijke wereld en een arme wereld. Als een overheersende vader, zo kijken wij neer op de armen. Af en toe geld sturen, zodat we onze goede schouder een klopje kunnen geven. Maar als het er op aan komt? Dan willen we onze concerten en voetbalwedstrijden, lekker knuffelen en ondertussen klagen over de ellendige wereld. Wie steekt daadwerkelijk z’n hand uit, wie stroopt de mouwen op, wie kruipt er door de modder? Wie neemt verantwoordelijkheid? Wie?”
Zoals Atlas, zo voelt het alsof de wereld op mijn schouders rust. Zonder dat iemand erom vraagt. Door mijn empathie leef ik me té veel in. Inlevingsvermogen is fijn, maar niet altijd een bewuste keuze. Iemand komt de deur door met een emotie en die voel ik, maar ik kan het niet plaatsen. Ik ken immers de achtergrond niet. Mijn hoofd draait automatisch overuren: wat is er aan de hand, waarom slaat dit op mij over, wat kan ik eraan doen, ligt het aan mij, kan ik helpen, kan ik het oplossen? Ik voel dan 2 keuzes:
Optie 1: negeren van de emotie
Optie 2: toenadering zoeken. Kan ik iets doen voor de ander? Zo ja, dan kan ik een luisterend oor bieden. Zo niet, dan ga ik terug naar optie 1, gevolgd door optie 2, gevolgd door optie 1, gevolgd door optie 2, optie 1, OPTIE 2, OPTIE 2, OPTIE 2, STOP!
Ik neem de volgende stappen:
- Bewust een ruimte binnen gaan. Mindfulness toepassen, dus focus op ademhaling, beide voeten op de grond, sta rechtop, schouders naar achteren;
- Mentale afstand. Ik zeg tegen mezelf: ik voel mij. Als de ander iets kwijt wil, luister ik, maar ik probeer het niet te fixen. Het is niet mijn verantwoordelijkheid;
- Ik kies bewuste momenten iedere dag voor ademhalingsoefeningen. Voel ik me overprikkeld? Dan sta ik stil bij het gevoel, dat wat er is. In plaats van het weg te drukken, beleef ik het. Op een dagelijkse basis toepassen, zorgt ervoor dat ‘negatieve’ gevoelens, zoals angst, verdriet, onzekerheid, minder beangstigend zijn.
- Ik vraag mezelf: wat wil ík? Wat vind ik leuk? Wat maakt me blij? Ik realiseer me: het is mijn leven.
- Balans vinden tussen tijd voor mezelf en tijd met anderen.
Het is een destructieve cyclus, dus ik neem bescherming. Noem het een filter, een muur, zelfbehoud. Zodat niet alle emoties ongefilterd z’n intrek nemen.
